Werkfit met autisme in Roermond
Veel mensen met autisme hebben jarenlang manieren gevonden om zich aan te passen aan hun omgeving. Dat kan op het werk goed gaan. Soms zelfs zo goed dat anderen niet zien hoeveel energie het kost. Pas wanneer de belasting te lang te hoog blijft, wordt zichtbaar hoeveel inspanning er eigenlijk nodig was om alles draaiende te houden. Dan ontstaat vaak een periode waarin werk niet meer vanzelfsprekend voelt.
Voor buitenstaanders lijkt het soms alsof er weinig veranderd is. Maar van binnen kan het verschil groot zijn. Meer vermoeidheid, sneller overprikkeld raken of minder ruimte ervaren om onverwachte situaties op te vangen. Juist dat maakt terugkeer naar werk ingewikkeld. Niet omdat iemand niet wil werken, maar omdat de vraag ontstaat onder welke omstandigheden werken nog goed vol te houden is.
Veel mensen denken dat het antwoord vooral ligt in belastbaarheid vergroten. In de praktijk gaat het vaak ook over iets anders.
- Over duidelijkheid.
- Over voorspelbaarheid.
- Over weten wat er van je verwacht wordt.
- Over een omgeving waarin niet voortdurend geschakeld hoeft te worden.
Dat soort factoren bepalen vaak net zo sterk hoe werk wordt ervaren als het aantal uren dat iemand werkt. In een Werkfit traject ontstaat soms voor het eerst ruimte om daar bewust naar te kijken. Niet naar hoe het vroeger ging. Maar naar wat nu werkt.
Welke omstandigheden geven rust? Welke kosten energie? Welke taken passen goed? Waar ontstaan steeds dezelfde knelpunten? Dat zijn geen snelle vragen. Maar ze leveren vaak meer op dan proberen terug te keren naar een situatie die eerder al niet goed vol te houden bleek.
Misschien is dat ook waarom Werkfit voor veel mensen niet voelt als een voorbereiding op werk, maar eerder als een periode van opnieuw ontdekken wat passend is. En juist vanuit dat inzicht wordt een volgende stap vaak een stuk realistischer.